Opzet

In 1993 werd het interdepartementale onderzoekprogramma DTO opgericht. Vijf ministeries gaven financiering aan DTO: Ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer, Ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij, Ministerie van Verkeer en Waterstaat, Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen en Ministerie van Economische Zaken.


 


Om de uitvoering van het onderzoeksprogramma te begeleiden werd een programmabureau ingesteld dat van 1993 tot 1997 uitgroeide van zes naar twintig medewerkers. Het programmabureau stond onder toezicht van een Beheergroep waarin de vijf ministeries waren vertegenwoordigd die het interdepartementale onderzoekprogramma financierden. Het programmabureau werd bijgestaan door een Klankbordgroep, waarin deelnemers uit de doelgroepen van DTO zitting hadden (grote technologische instituten, universiteiten, bedrijven). De ministeries behoorden ook tot de doelgroep, maar hadden geen zitting in de Klankbordgroep.


Doelstellingen

DTO had de volgende doelstellingen:
  • Beleidsmakers en opinieleiders overtuigen van de noodzaak van de ontwikkeling van duurzame technologie en hen illustreren hoe een dergelijke ontwikkeling daadwerkelijk ter hand kan worden genomen.
  • Technologische instituten, bedrijven en universiteiten ervan overtuigen dat het wenselijk is duurzame ontwikkeling als leidraad te nemen bij onderzoek en ontwikkeling.
  • Verspreiding van de DTO-filosofie aan overheid, bedrijven, consumenten en organisaties: 'Via technologische ontwikkeling kan en moet in vijftig jaar duurzaamheid worden bereikt.'

Werkwijze

Aanvankelijk werd ervan uitgegaan dat DTO direct met projecten (illustratieprocessen) aan de slag kon, maar het bleek dat daar eerst een zoekproces (behoeftenveldanalyse) aan vooraf diende te gaan. De behoeftenvelden werden aangewezen om zeker te weten dat DTO met zaken bezig was die over vijftig jaar ook nog zouden spelen. Op basis van een beraamde bevolkingsgroei, veronderstelde welvaartsstijging en het verwachte totale beslag op het milieu werd berekend dat de behoeften over vijftig jaar twintig keer zo efficiënt moeten worden vervuld om een wereldwijde duurzame situatie te bereiken. Bij het door DTO geïntroduceerde concept van backcasting kijkt men terug vanuit een gewenste duurzame situatie over vijftig jaar en wordt er teruggeredeneerd naar het heden toe. Gekozen werd voor vijftien illustratieprocessen. Deze processen werden in teamverband uitgevoerd onder leiding van een projectleider (meestal afkomstig uit het betreffende veld) en een projectcoördinator van het programmabureau DTO. Per deelprogramma of zoekrichting werd een begeleidingsgroep opgericht die erop toezag dat de keuze van technologieën en technologische concepten plaatsvond in wisselwerking met de samenleving.


Criteria

DTO ging uit van een interactieve aanpak, waarbij men met gezamenlijke deskundigheid en belanghebbenden in overleg kwam tot een keuze van illustratieprocessen, aan de hand van in een behoeftenveldanalyse verzameld materiaal. Bij de selectie van illustratieprocessen werd rekening gehouden met verschillende criteria. Er moest zicht zijn op:
  • een doorbraak naar duurzaamheid
  • nieuwe economische kansen
  • een beschikbare projectleider
  • een communiceerbaar ontwerp
  • draagvlak en creativiteit.