| |
Wilma Aarts heeft tegen het einde van het programma een aantal IP's systematisch
beschreven: Wat voor partijen waren betrokken? Hoe zijn toekomstbeelden
gemaakt? Hoe is de backcasting uitgevoerd? Wat was het resultaat? In een
volgend rapport heeft Aarts de beschreven trajecten met elkaar vergeleken.
Uit die vergelijking trekt ze conclusies en geeft ze aanbevelingen (zie
onderstaande literatuur).
Enkele jaren na opheffing van DTO heeft DTO-KOV laten onderzoeken hoe de
verschillende trajecten ervoor staan. Het bleek dat verschillende IP's op
één of meerdere manieren een zelfstandig vervolg hebben gekregen.
Lars Coenen heeft in een afstudeeronderzoek gekeken waarom sommige trajecten
succesvol waren en andere niet. Inventarisatie en onderzoek naar elf vervolgtrajecten
leerde dat de volgende elementen in ieder geval van belang zijn:
- De aanwezigheid en het onderhoud van een multidisciplinair netwerk
van actoren waarbinnen een robuust draagvlak is voor de innovatie van
het illustratieproces als basis voor het vervolgtraject.
- Initiatie en organisatie van het vervolgtraject door een trekker
die enthousiast is en een positie heeft waarin hij/zij het voortouw
kan nemen.
- Een brede multidisciplinaire benadering in het vervolgtraject die
zowel gericht is op verder onderzoek als op het ontwikkelen en toetsen
van demonstratiemodellen.
Een Engelstalige beschrijving van het DTO-programma is gemaakt door Weaver;
zowel de ontstaansgeschiedenis en haar context als voorbeelden van trajecten
zijn uitgebreid omschreven. Ook aan theoretische concepten als Strategisch
Niche Management en technology assessment wordt veel aandacht besteed.
Literatuur
Sustainable Technology Development, G. van Grootveld, L. Jansen,
E. van Spiegel, P. Vergragt, P. Weaver, april 2000.
|