Verplaatsen

Vervoer van mensen en goederen kost veel energie en belast het milieu in meerdere opzichten. Om aan de groeiende mobiliteitsbehoefte tegemoet te komen zijn er alternatieven nodig, zoals efficiënte voertuigen, ondergronds goederentransport en een betere vervoersorganisatie.

 
In de toekomst zal de verplaatsingsbehoefte toenemen. Daarom is het van belang om nu te analyseren waar zich in de toekomst knelpunten zullen voordoen, zodat oplossingen bedacht kunnen worden.

De belangrijkste schadelijke milieu-effecten van het huidige vervoer zijn brandstofgebruik, emissies, ruimtegebruik en geluidhinder. Vervoersystemen van de toekomst moeten daar een oplossing voor bieden.

Mogelijke oplossingen voor het vervoerprobleem die binnen DTO zijn onderzocht:

Een voorbeeld van het zoeken naar nieuwe technologische systemen is het project Mainport Rotterdam. Voor zowel de havenactiviteiten in Rotterdam als elders in de goederenketens is gekeken welke technologieën kansrijk zijn. Er is onder andere een beeld geschetst van het maatschappelijk kader waarbinnen de toekomstige technologieën gaan functioneren, en hoe een duurzame haven eruit zou kunnen zien.

Literatuur
Met betrekking tot 'Verplaatsen' zijn onderstaande documenten verschenen binnen het DTO-programma, die u kunt bestellen of downloaden:

Sleutel Verplaatsen, Ontwerp van duurzame vervoersystemen
, DTO (1997). Bestellen bij Uitgeverij ten Hagen & Stam b.v.


Eindrapport Behoeftenveldanalyse Duurzame technologische ontwikkeling Mainport Rotterdam; strategische visie 2040, ir. O.C.H. de Kuijer, prof.dr. Ph.J. Vergragt, oktober 1996.
  
Hoofdrapport Mainport Rotterdam in 2040: Een duurzame haven en schakel in duurzame goederenketens, ing. S.A.M. Duifhuizen, ir. C. Schelling, drs. J.G. Vermaak, Amersfoort: Twijnstra Gudde, oktober 1996.
  

Achtergrondinformatie Mainport Rotterdam in 2040: Een duurzame haven en schakel in duurzame goederenketens, ing. S.A.M. Duifhuizen, ir. C. Schelling, drs. J.G. Vermaak, Amersfoort: Twijnstra Gudde, oktober 1996.
  




Buissystemen voor goederentransport


RealVideo
Stedelijk Buisleidingtransport
(RealPlayer, 2.9 MB)
Het filmpje is ook te bekijken als
diashow (Realplayer, 1.26 MB)
De distributie van consumentengoederen met vrachtauto's en bestelwagens binnen de stad kost veel ruimte en energie. Bovendien veroorzaakt het congestie, hinder en luchtverontreiniging. Met een buizensysteem voor goederentransport, waar nodig ondergronds, kunnen dergelijke problemen ondervangen worden.
Met een netwerk van ondergrondse buisleidingen kunnen goederen binnen de stadsregio op een schone en energiezuinige manier worden gedistribueerd. Tunnels kunnen relatief goedkoop gemaakt worden met boortechnieken die vanaf een paar punten horizontaal kunnen boren.

De kansen voor deze vorm van goederendistributie worden hoog ingeschat. Op het gebied van ondergrondse buisleidingen, automatische voertuiggeleiding en voertuigafhandeling is al veel kennis beschikbaar. Het nieuwe systeem vergt wel een nieuwe logistieke organisatie. U kunt een video bekijken waarin een voorbeeld van ondergronds buisleidingtransport wordt getoond.

Literatuur
Met betrekking tot 'Buissystemen' zijn onderstaande documenten verschenen binnen het DTO-programma, die u kunt bestellen of downloaden:

Buisleidingen voor Goederentransport , drs. H.A. Haccoû, ir. J.G.S.N. Visser, ir. R.L. Elting, Heidemij Advies, TRAIL Onderzoeksschool, mei 1996.
  

Buisleidingtransport (BLT) voor Stedelijk Goederenvervoer, (Deel A), eindredactie, drs. ing. W. Brouwer, ir. W.E. van Lierop, ir. G.A.A. Erens, ir. A.F.C. Carlebur en ir. J.G.S.N. Visser, DHV Milieu en Infrastructuur, TRAIL Onderzoekschool en TU Delft/OTB, augustus 1997.
  

Buisleidingtransport (BLT) voor Stedelijk Goederenvervoer, (Deel B), eindredactie, drs. ing. W. Brouwer, ir. W.E. van Lierop, ir. G.A.A. Erens, ir. A.F.C. Carlebur en ir. J.G.S.N. Visser, DHV Milieu en Infrastructuur, TRAIL Onderzoekschool en TU Delft/ OTB, augustus 1997.
  



Hoogwaardig openbaar vervoer
Mensen willen zich van deur tot deur kunnen verplaatsen. De auto biedt die mogelijkheid, maar wordt inefficiënt gebruikt en brengt veel nadelen met zich mee. Openbaar vervoer biedt uitkomst, maar zou beter moeten voorzien in individueel vervoer.


De automatische afhandeling van de vervoersvraag is het beste te vergelijken met een volautomatisch reisbureau. Het systeem werkt met behulp van een handcomputer met telefoonfunctie. De reiziger maakt zijn wensen kenbaar aan de centrale regie-computer en de verplaatsing wordt hierna automatisch gerealiseerd. Op het juiste moment en op de juiste plaats is het gevraagde vervoermiddel beschikbaar. Met dit systeem kunnen persoonlijke belangen van service en vrijheid optimaal worden afgestemd op collectieve belangen van ruimte en een schoon milieu.

Een veelbelovende voertuigtechnologie is elektrisch hybride aandrijving. Hierbij rijdt een voertuig op korte afstanden en binnen de stad op elektriciteit die geleverd wordt door een accu. In eerste instantie is deze technologie vooral weggelegd voor grote voertuigen, zoals autobussen. In een later stadium kan het systeem ook toegepast worden in personenauto's.

Literatuur
Met betrekking tot 'Hoogwaardig openbaar vervoer' zijn onderstaande documenten verschenen binnen het DTO-programma, die u kunt bestellen:
De vraag naar Vervoer; opties voor een vervoervraagsysteem (Deelrapport), M. Damen, M. de Groot, RIGO Research en Advies, augustus 1997.
  

Elektrische hybride aandrijving. Haalbaarheid gastrubine-aggregaten voor openbaar vervoer, ir. C.J.A. Deelen, ir. A.J. Klostermann, ing. A.G. Verleg, NedCar PD & E, augustus 1997.
  

Hoogwaardig Openbaar Vervoer, drs M. Damen, dr K. Leidelmeijer, RIGO Research en Advies, mei 1996.
  

Naar een geïntegreerd vervoervraagsysteem voor de toekomst. Specificatie van functionele en technische eisen, (Deelrapport), dr ir J. Baggen, drs. Ir. N. Rosmuller, ir. V. Marchau, TU Delft-TB, augustus 1997.
  

Op weg naar de waterstofeconomie, D. van Noort, mei 1996.
  

Vervoervraagsysteem. Toekomstbeeld voor consumenten, (Deelrapport), dr. ir. G. Fonk, ir. A.M. Hamstra, SWOKA, augustus 1997.
  

Voortgang in Vervoer; een schets van een vervoervraagsysteem (Eindrapport), M. Damen en M. de Groot, RIGO Research en Advies, augustus 1997.
  




Schone brandstoffen
De voorraad fossiele brandstoffen is eindig. Alleen hernieuwbare brandstoffen bieden dus uitkomst. Mogelijke hernieuwbare brandstoffen zijn onder ander waterstof en biomethanol.

Waterstof wordt gewonnen uit elektrolyse van water en daarvoor kunnen we duurzame energiebronnen (zon en wind) gebruiken. Bij de verbranding van waterstof ontstaat opnieuw water, zodat de kringloop rond is.

Biomethanol wordt gewonnen uit biomassa en zolang de teelt van biomassa in evenwicht is met de verbranding van biomethanol is ook deze kringloop rond. Methanol is een vloeibare stof met een brandpunt en een energie-inhoud vergelijkbaar met die van benzine. Het is daardoor vrijwel zonder aanpassingen binnen de bestaande olie-infrastructuur bruikbaar als brandstof.

Literatuur

Met betrekking tot 'Schone brandstoffen' zijn onderstaande documenten verschenen binnen het DTO-programma, die u kunt bestellen:

Eindrapport eerste fase Mobiele Brandstofcel, aanzet tot een Illustratie Proces, Blomenco B.V., augustus 1997.
  
Op weg naar de waterstofeconomie, D. van Noort, mei 1996.
  



Externe aandrijfsystemen

Door het gewicht van voertuigen te verminderen, wordt het energiegebruik van die voertuigen minder. Externe aandrijfsystemen kunnen uitkomst bieden.

Externe aandrijfsystemen maken deel uit van de infrastructuur. Met magnetisme of perslucht wordt stuwkracht op het voertuig overgebracht. Dit leidt tot gewichtsbesparing en daarmee tot energiebesparing.

Veertien mogelijke technologieën van externe aandrijfsystemen zijn aan verschillende deskundigen in een zogenoemde Delphi-studie voorgelegd. Hieruit blijkt dat de economische en technische haalbaarheid van externe aandrijving klein is. De mogelijkheden van elektrisch hybride aandrijving worden positiever ingeschat. Voor meer informatie hierover zie Hoogwaardig openbaar vervoer.

Literatuur
Met betrekking tot 'Externe aandrijfsystemen' is onderstaand document verschenen binnen het DTO-programma, dat u kunt bestellen:
Expert opinions on the future prospects for external sources of vehicle propulsion, ir. V. Marchau, dr. ir. K. Mulder, ir. C. van der Weijer; TU Delft-TA, TNO-WT, TU Delft-TB, mei 1996.





Vervoerssysteem van de toekomst

Het project Vervoerssystemen van de Toekomst was een gezamenlijk project van de Adviesdienst Verkeer en Vervoer en DTO-KOV. Het had als doel toekomstbeelden te ontwikkelen van een duurzaam systeem voor personenvervoer op de lange termijn en experimenten te definiëren die passen in een ontwikkeling die kan leiden tot de realisatie van zo'n toekomst. Het toepassingsgebied van het vervoerssysteem is in eerste instantie het centrum van steden, waar het conflict tussen de toegankelijkheid, leefbaarheid en economische activiteiten de vitaliteit bedreigt. Voor de eerste experimenten werd gedacht aan toepassingen bij attractieparken die een vervoersprobleem hebben dat veel overeenkomst heeft met dat in steden. Het project werd uitgevoerd in samenwerking met o.a. De Efteling, de gemeenten Loon op Zand, Tilburg en Den Bosch en de provincie Noord-Brabant.

De provincie Noord-Brabant heeft, met inbreng van de Adviesdienst Verkeer en Vervoer van Rijkswaterstaat, gewerkt aan de opzet van een vervolgtraject gericht op de uitvoering van een pilot. De doelstelling van de pilot 'Vervoerssystemen van de toekomst - Uitwerking implementatietraject' is het verifiëren van de toepasbaarheid en inpasbaarheid in de bestaande vervoerssystemen in de provincie Noord-Brabant van een nieuw vervoerssysteem. Het doel van de pilot is dat huidige problemen moeten worden verlicht. De pilot moet ook een aanzet vormen voor een toekomstig duurzaam vervoerssysteem voor stadscentra. De provincie heeft in een tweede fase van het VVT-project een onderbouwde keuze gemaakt voor een locatie in Noord Brabant en de toe te passen technische en organisatorische realisatie. Eerst is de wenselijke toekomstvisie nader gepreciseerd aan de hand van criteria waaraan het toekomstbeeld moet voldoen. Vervolgens is een traject ontwikkeld dat moet leiden tot acties voor de korte termijn.

Uiteindelijk heeft die tweede fase geleid tot de selectie voor een pilot op het terrein van de TU-Eindhoven. De volgende partijen zullen in de verdere ontwikkeling van deze pilot gaan participeren: TU/e, Gemeente Eindhoven, Provincie Noord Brabant en het Samenwerkingsverband Regio Eindhoven (SRE). Deze partijen hebben op 5 juni 2001 een convenant ondertekend waarin deze samenwerking is bekrachtigd. Het projectbureau United Brains (een samenwerkingsverband van de Technische Universiteit Eindhoven, Design Academy Eindhoven en Fontys Hogescholen) gaat de derde fase van het VVT-project leiden. De financiële middelen bestaan uit een subsidie uit het stimuleringsprogramma ‘mobiliteit’ van het Ministerie van Verkeer en Waterstaat en financiële bijdragen van genoemde partijen. Zie voor meer informatie op de website van United Brains http://www.unitedbrains.nl
Vragen kunt u stellen op het volgende email adres: vvt@unitedbrains.nl




Duurzaam Toerisme

In het project 'Innovaties in toerisme' wordt hard gewerkt om te komen tot duurzaam toerisme. Veelal gaat het daarbij om stapsgewijze verbeteringen van werksystemen en technologieën. De toeristische en recreatieve sector vragen zich af of die verbeteringen voldoende zijn om de groeiende welvaart en de behoeften van een groeiende wereldbevolking bij te houden. Het toenemende verbruik van grondstoffen, energie, ruimte en natuur kan een belemmering gaan vormen voor toerisme en recreatie. Ook in andere sectoren van de samenleving is gebleken dat voor duurzaamheid ingrijpende innovaties nodig zijn. Innovaties in de vorm van trendbreuken die het mogelijk maken bijvoorbeeld twintig maal efficiënter te voorzien in onze behoeften.

Het project 'Innovaties in toerisme' wil nieuwe technieken en organisatievormen op het spoor zien te komen die in staat zijn deze trendbreuken te realiseren. Centraal hierbij staat de methode van 'backcasting'. Daarin wordt eerst naar een aantal beelden gezocht van hoe toerisme er over zo'n vijftig jaar in een duurzame wereld uit zou kunnen zien. Vanuit de gewenste duurzame toekomstbeelden wordt dan terug gekeken naar het heden en proberen de betrokkenen vast te stellen welke innovaties kansrijk zijn.

Die innovaties worden gegoten in de vorm van proefprojecten, onderzoeksprojecten en misschien wel rechtstreekse implementatie. Daarbij gaat het niet alleen om technologische innovaties, maar ook innovaties in de structuur (regels en afspraken, organisatie van het toerisme, samenwerking tussen verschillende partijen) en soms zelfs in de cultuur (waarden, normen, beleving). In oktober en november 2000 worden verkenningen uitgevoerd door twee projectteams, één voor binnenlands toerisme en één voor uitgaand toerisme.

Informatie
Waagmeester Implementatie
tel. 035 602 49 51
Kees Waagmeester

Literatuur

Innovaties in Toerisme; op weg naar duurzaam toerisme; eindrapport Kees Waagmeester; juli 2001.