| |
In de toekomst zal de verplaatsingsbehoefte toenemen. Daarom is het van
belang om nu te analyseren waar zich in de toekomst knelpunten zullen voordoen,
zodat oplossingen bedacht kunnen worden.
De belangrijkste schadelijke milieu-effecten van het huidige vervoer zijn
brandstofgebruik, emissies, ruimtegebruik en geluidhinder. Vervoersystemen
van de toekomst moeten daar een oplossing voor bieden.
Mogelijke oplossingen voor het vervoerprobleem die binnen DTO zijn onderzocht:
Een voorbeeld van het
zoeken naar nieuwe technologische systemen is het project Mainport Rotterdam.
Voor zowel de havenactiviteiten in Rotterdam als elders in de goederenketens
is gekeken welke technologieën kansrijk zijn. Er is onder andere een beeld
geschetst van het maatschappelijk kader waarbinnen de toekomstige technologieën
gaan functioneren, en hoe een duurzame haven eruit zou kunnen zien.
Literatuur
Met betrekking tot 'Verplaatsen' zijn onderstaande documenten verschenen
binnen het DTO-programma, die u kunt bestellen of downloaden:
Sleutel Verplaatsen, Ontwerp van duurzame vervoersystemen, DTO (1997).
Bestellen bij Uitgeverij ten Hagen & Stam b.v.

Buissystemen voor goederentransport
Stedelijk
Buisleidingtransport
(RealPlayer, 2.9 MB)
Het filmpje is ook te bekijken als
diashow (Realplayer,
1.26 MB) |
De
distributie van consumentengoederen met vrachtauto's en bestelwagens
binnen de stad kost veel ruimte en energie. Bovendien veroorzaakt
het congestie, hinder en luchtverontreiniging. Met een buizensysteem
voor goederentransport, waar nodig ondergronds, kunnen dergelijke
problemen ondervangen worden.
Met een netwerk van ondergrondse buisleidingen kunnen goederen binnen
de stadsregio op een schone en energiezuinige manier worden gedistribueerd.
Tunnels kunnen relatief goedkoop gemaakt worden met boortechnieken
die vanaf een paar punten horizontaal kunnen boren. |
De kansen voor deze vorm van goederendistributie worden hoog ingeschat.
Op het gebied van ondergrondse buisleidingen, automatische voertuiggeleiding
en voertuigafhandeling is al veel kennis beschikbaar. Het nieuwe systeem
vergt wel een nieuwe logistieke organisatie. U kunt een video
bekijken waarin een voorbeeld van ondergronds buisleidingtransport wordt
getoond.
Literatuur
Met betrekking tot 'Buissystemen' zijn onderstaande documenten verschenen
binnen het DTO-programma, die u kunt bestellen of downloaden:
Hoogwaardig openbaar vervoer
Mensen willen zich van deur tot deur kunnen verplaatsen. De auto biedt
die mogelijkheid, maar wordt inefficiënt gebruikt en brengt veel nadelen
met zich mee. Openbaar vervoer biedt uitkomst, maar zou beter moeten voorzien
in individueel vervoer.
De automatische afhandeling van de vervoersvraag is het beste te vergelijken
met een volautomatisch reisbureau. Het systeem werkt met behulp van een
handcomputer met telefoonfunctie. De reiziger maakt zijn wensen kenbaar
aan de centrale regie-computer en de verplaatsing wordt hierna automatisch
gerealiseerd. Op het juiste moment en op de juiste plaats is het gevraagde
vervoermiddel beschikbaar. Met dit systeem kunnen persoonlijke belangen
van service en vrijheid optimaal worden afgestemd op collectieve belangen
van ruimte en een schoon milieu.
Een veelbelovende voertuigtechnologie is elektrisch hybride aandrijving.
Hierbij rijdt een voertuig op korte afstanden en binnen de stad op elektriciteit
die geleverd wordt door een accu. In eerste instantie is deze technologie
vooral weggelegd voor grote voertuigen, zoals autobussen. In een later stadium
kan het systeem ook toegepast worden in personenauto's.
Literatuur
Met betrekking tot 'Hoogwaardig openbaar vervoer' zijn onderstaande
documenten verschenen binnen het DTO-programma, die u kunt bestellen:

Schone brandstoffen
De voorraad fossiele brandstoffen is eindig. Alleen hernieuwbare brandstoffen
bieden dus uitkomst. Mogelijke hernieuwbare brandstoffen zijn onder ander
waterstof en biomethanol.
Waterstof wordt gewonnen uit elektrolyse van water en daarvoor kunnen we
duurzame energiebronnen (zon en wind) gebruiken. Bij de verbranding van
waterstof ontstaat opnieuw water, zodat de kringloop rond is.
Biomethanol wordt gewonnen uit biomassa en zolang de teelt van biomassa
in evenwicht is met de verbranding van biomethanol is ook deze kringloop
rond. Methanol is een vloeibare stof met een brandpunt en een energie-inhoud
vergelijkbaar met die van benzine. Het is daardoor vrijwel zonder aanpassingen
binnen de bestaande olie-infrastructuur bruikbaar als brandstof.
Literatuur
Met betrekking tot 'Schone brandstoffen' zijn onderstaande documenten verschenen
binnen het DTO-programma, die u kunt bestellen:

Externe
aandrijfsystemen
Door het gewicht van voertuigen te verminderen, wordt het energiegebruik
van die voertuigen minder. Externe aandrijfsystemen kunnen uitkomst bieden.
Externe aandrijfsystemen maken deel uit van de infrastructuur. Met
magnetisme of perslucht wordt stuwkracht op het voertuig overgebracht. Dit
leidt tot gewichtsbesparing en daarmee tot energiebesparing.
Veertien mogelijke technologieën van externe aandrijfsystemen zijn aan verschillende
deskundigen in een zogenoemde Delphi-studie voorgelegd. Hieruit blijkt dat
de economische en technische haalbaarheid van externe aandrijving klein
is. De mogelijkheden van elektrisch hybride aandrijving worden positiever
ingeschat. Voor meer informatie hierover zie Hoogwaardig openbaar vervoer.
Literatuur
Met betrekking tot 'Externe aandrijfsystemen' is onderstaand document
verschenen binnen het DTO-programma, dat u kunt bestellen:
Vervoerssysteem van de toekomst
Het project Vervoerssystemen van de Toekomst was een gezamenlijk project
van de Adviesdienst Verkeer en Vervoer en DTO-KOV. Het had als doel
toekomstbeelden te ontwikkelen van een duurzaam systeem voor personenvervoer
op de lange termijn en experimenten te definiëren die passen in een
ontwikkeling die kan leiden tot de realisatie van zo'n toekomst. Het
toepassingsgebied van het vervoerssysteem is in eerste instantie het
centrum van steden, waar het conflict tussen de toegankelijkheid,
leefbaarheid en economische activiteiten de vitaliteit bedreigt. Voor
de eerste experimenten werd gedacht aan toepassingen bij attractieparken
die een vervoersprobleem hebben dat veel overeenkomst heeft met dat
in steden. Het project werd uitgevoerd in samenwerking met o.a. De
Efteling, de gemeenten Loon op Zand, Tilburg en Den Bosch en de provincie
Noord-Brabant.
De provincie Noord-Brabant heeft, met inbreng van de Adviesdienst
Verkeer en Vervoer van Rijkswaterstaat, gewerkt aan de opzet van een
vervolgtraject gericht op de uitvoering van een pilot. De doelstelling van de pilot 'Vervoerssystemen van de toekomst - Uitwerking implementatietraject' is het verifiëren van de toepasbaarheid en inpasbaarheid in de bestaande vervoerssystemen in de provincie Noord-Brabant van een nieuw vervoerssysteem. Het doel van de pilot is dat huidige problemen moeten worden verlicht. De pilot moet ook een aanzet vormen voor een toekomstig duurzaam vervoerssysteem voor stadscentra.
De provincie heeft in een tweede fase van het VVT-project een onderbouwde keuze gemaakt voor een locatie in Noord Brabant en de toe te passen technische en organisatorische realisatie. Eerst is de wenselijke toekomstvisie nader gepreciseerd aan de hand van criteria waaraan het toekomstbeeld moet voldoen. Vervolgens is een traject ontwikkeld dat moet leiden tot acties voor de korte termijn.
Uiteindelijk heeft die tweede fase geleid tot de selectie voor een pilot op het terrein van de TU-Eindhoven. De volgende partijen zullen in de verdere ontwikkeling van deze pilot gaan participeren: TU/e, Gemeente Eindhoven, Provincie Noord Brabant en het Samenwerkingsverband Regio Eindhoven (SRE). Deze partijen hebben op 5 juni 2001 een convenant ondertekend waarin deze samenwerking is bekrachtigd. Het projectbureau United Brains (een samenwerkingsverband van de Technische Universiteit Eindhoven, Design Academy Eindhoven en Fontys Hogescholen) gaat de derde fase van het VVT-project leiden. De financiële middelen bestaan uit een subsidie uit het stimuleringsprogramma ‘mobiliteit’ van het Ministerie van Verkeer en Waterstaat en financiële bijdragen van genoemde partijen.
Zie voor meer informatie op de website van United Brains http://www.unitedbrains.nl
Vragen kunt u stellen op het volgende email adres: vvt@unitedbrains.nl
Duurzaam Toerisme
In het project 'Innovaties in toerisme' wordt hard gewerkt om
te komen tot duurzaam toerisme. Veelal gaat het daarbij om stapsgewijze
verbeteringen van werksystemen en technologieën. De toeristische en
recreatieve sector vragen zich af of die verbeteringen voldoende zijn
om de groeiende welvaart en de behoeften van een groeiende wereldbevolking
bij te houden. Het toenemende verbruik van grondstoffen, energie,
ruimte en natuur kan een belemmering gaan vormen voor toerisme en
recreatie. Ook in andere sectoren van de samenleving is gebleken dat
voor duurzaamheid ingrijpende innovaties nodig zijn. Innovaties in
de vorm van trendbreuken die het mogelijk maken bijvoorbeeld twintig
maal efficiënter te voorzien in onze behoeften.
Het project 'Innovaties in toerisme' wil nieuwe technieken en organisatievormen
op het spoor zien te komen die in staat zijn deze trendbreuken te
realiseren. Centraal hierbij staat de methode van 'backcasting'. Daarin
wordt eerst naar een aantal beelden gezocht van hoe toerisme er over
zo'n vijftig jaar in een duurzame wereld uit zou kunnen zien. Vanuit
de gewenste duurzame toekomstbeelden wordt dan terug gekeken naar
het heden en proberen de betrokkenen vast te stellen welke innovaties
kansrijk zijn.
Die innovaties worden gegoten in de vorm van proefprojecten, onderzoeksprojecten
en misschien wel rechtstreekse implementatie. Daarbij gaat het niet
alleen om technologische innovaties, maar ook innovaties in de structuur
(regels en afspraken, organisatie van het toerisme, samenwerking tussen
verschillende partijen) en soms zelfs in de cultuur (waarden, normen,
beleving). In oktober en november 2000 worden verkenningen uitgevoerd
door twee projectteams, één voor binnenlands toerisme en één voor
uitgaand toerisme.
Informatie
Waagmeester Implementatie
tel. 035 602 49 51
Kees Waagmeester
Literatuur
Innovaties in Toerisme; op weg naar duurzaam toerisme; eindrapport Kees Waagmeester; juli 2001.

|