Voeden

De productie van één kilo varkensvoer kost vier tot vijf kilo ruwvoer. Energie, grondstoffen en ruimte worden daarmee niet efficiënt ingezet. Ook de productie van andere voedingsmiddelen verloopt vaak zeer inefficiënt.

 
Nederland heeft veel kennis op het gebied van intensieve landbouw en biedt daardoor bij uitstek een proeftuin voor de ontwikkeling van nieuwe voedingsmiddelen, efficiënte agrarische technologieën en duurzame vormen van landgebruik. Een duurzame voedselproductie is zowel mogelijk op de volle grond (teelgrond) als in een beschermde omgeving zoals in kassen. Daarnaast zijn sommige agrarische producten direct voor consumptie geschikt, terwijl andere producten geschikt zijn om te verwerken tot basisstof voor samengestelde voedingsmiddelen. Middels een analyse van het behoefteveld 'Voeden' zijn in DTO richtingen geselecteerd waarbinnen concreet inhoud gegeven kan worden aan een duurzame voedselvoorziening:


Duurzaam landgebruik


Grond wordt vaak voor maar één functie gebruikt, bijvoorbeeld voor productie van voedingsmiddelen, voor energiewinning of als recreatiegebied. Deze vorm van ruimtegebruik leidt tot ruimtegebrek en de noodzaak tot hoge producties, waardoor de milieubelasting stijgt.

Door meerdere functies op één stuk grond te combineren ontstaat er meer ruimte per functie. Daarmee ontstaan nieuwe mogelijkheden om de belasting van het milieu terug te dringen. Zo kunnen reststoffen van de ene functie worden benut als grondstof voor een andere functie. Schraal gras wordt bijvoorbeeld hoogwaardig varkensvoer. Hierdoor kunnen kringlopen worden gesloten. Ook ontstaan er nieuwe economische vooruitzichten: door de diverse functies van grond kan een teruggang in de akkerbouw en veeteelt bijvoorbeeld worden gecompenseerd met andere economische dragers.

In vervolg op het illustratieproces Duurzaam Landgebruik heeft de provincie Gelderland een programma Meervoudig Duurzaam Landgebruik opgestart. De voorbeeldprojecten waarmee in DTO is begonnen zijn verder uitgewerkt en zijn op dit moment bij verschillende programma's ingediend voor financiering. Bij dit programma zijn dezelfde partijen betrokken als bij het oorspronkelijke deelproject.


Informatie

Voor meer informatie over het programma Meervoudig Duurzaam Landgebruik kunt u contact opnemen met: Provincie Gelderland Dhr. G. Kiljan.

Via de website van KDO Advies (www.kdoadvies.nl) zal informatie van het vervolg programma Meervoudig Duurzaam Landgebruik in Winterswijk verspreid worden. KDO Advies is intensief betrokken bij meerdere veranderingsprocessen op het gebied van meervoudig ruimtegebruik.
Contactpersoon: ir. O.C.H. de Kuijer


Literatuur
Met betrekking tot 'Duurzaam landgebruik' zijn onderstaande documenten verschenen binnen het DTO-programma, die u kunt bestellen of downloaden:

Een verkenning van noodzakelijke trendbreuken in de voedselvoorziening.
Basisdocument DTO, februari 1997.
  

Sleutel Voeden, spectrum van een Duurzame Voedselvoorziening,
DTO, 1997.


Meervoudig duurzaam landgebruik; een werkend perspectief voor 2020.
Brochure, 1997.
Deze brochure is helaas niet meer te bestellen.

Duurzaam landgebruik; van wensen en mogelijkheden naar voorbeeldsystemen,
H.F.M. Aarts en O.C.H. de Kuijer, juni 1997.
  

Duurzaam landgebruik; van voorbeeldsystemen naar systeemonderzoek,
H.F.M. Aarts en O.C.H. de Kuijer, juni 1997.
  

Geïntegreerd informatiesysteem voor de evaluatie en bijsturing van duurzaam landgebruik, Basisontwerp van een monitoringsysteem voor het voorbeeldgebied Winterswijk,
P. Vos en H.J. de Graaf (redactie), juni 1997.
  

Ontwikkelingsperspectief Duurzaam Landgebruik, Perspectieven voor het landelijk gebied van Winterswijk,
H.J. de Graaf en C.J.M. Musters (redactie), juni 1997.
  

Resultaten project Duurzaam Landgebruik, resultaten fase B/C,
O.C.H. de Kuijer, juni 1997.
  

Map resultaten fase A en werkplannen fase B/C,
DTO, AB-DLO, Heidemij Advies B.V., MIBI-RUL, Stichting WCL Winterswijk, juni 1996.
Definitiestudie,
AB-DLO, PE-LUW, MIBI-RUL en Heidemij Advies B.V., 1995.
  

Land in zicht, Duurzaam Landgebruik in 2040,
DTO, september 1995. Brochure.



Hightech agroproductie

De teelt van groenten vindt grotendeels in kassen plaats. Voordeel hiervan is dat er een hoge productie wordt bereikt en er gewassen worden geteeld die in Nederland anders niet zouden groeien. Kasteelt heeft ook nadelen, zoals het hoge energiegebruik. Van het Nederlandse aardgas wordt zo'n tien procent door de tuinbouw opgeslokt. Een tweede nadeel is de centralisatie van de teelt: dit veroorzaakt transport en verliezen: naar schatting acht procent van de productie bereikt de consument nooit.

Een duurzaam, gesloten productiesysteem is mogelijk als we drie principes aanhouden. In de eerste plaats moeten we het gebruik van fossiele brandstoffen voorkomen door zonne-energie te gebruiken. Het tweede principe is het sluiten van stofkringlopen: door verdampt water terug te winnen door middel van condensatie worden alle stoffen optimaal benut. Het derde principe is: produceren waar de monden zijn. Hierdoor komen alle geproduceerde groenten met minimale middelen en met minimale uitval bij de consument aan.


Literatuur
Met betrekking tot 'Hightech agroproductie' zijn onderstaande documenten verschenen binnen het DTO-programma, die u kunt bestellen of downloaden:

Een verkenning van noodzakelijke trendbreuken in de voedselvoorziening.
Basisdocument DTO, februari 1997.
  

Sleutel Voeden, Spectrum van een Duurzame Voedselvoorziening,
DTO, 1997. Bestellen bij Uitgeverij ten Hagen & Stam b.v.


Resultaten Duurzame Beschermde Teeltsystemen;
Eindrapportage Illustratieproces fase A, DTO-werkdocument, dr. ir. J. Broere, september 1997.
  

Resultaten Definitiestudie,
Heidemij Advies B.V., ATO-DLO, IMAG-DLO, PBG, DTO-werkdocument, april 1996.
  

Licht op Groente, Duurzame kasteelt in 2040,
DTO, september 1995. Brochure.



Geïntegreerde conversie
De bewerking en verwerking van samengestelde voedingsmiddelen kost veel energie en leidt tot een aanzienlijke hoeveelheid afval. Het lijkt mogelijk om teelt en bewerking beter op elkaar af te stemmen door deze te integreren in één systeem.

Het concept van geïntegreerde conversie bestaat uit twee samenhangende onderdelen. Het eerste onderdeel is een vorm van precisielandbouw: goed gecontroleerde teelt van gewassen die eventueel genetisch zijn gemodificeerd. Het tweede onderdeel is een zogenoemde biorefinery, waar via eenvoudige processen plantaardige grondstoffen worden bewerkt tot eindproducten. Zo kunnen we met een beperkt aantal micro-organismen een veelheid aan voedingsstoffen maken.


Literatuur
Met betrekking tot 'Geïntegreerde conversie' zijn onderstaande documenten verschenen binnen het DTO-programma, die u kunt bestellen of downloaden:
Een verkenning van noodzakelijke trendbreuken in de voedselvoorziening.
Basisdocument DTO, februari 1997.
  

Sleutel Voeden, Spectrum van een Duurzame Voedselvoorziening,
DTO, 1997.


Resultaten Definitiestudie,
TNO Voeding, TNO-STB, Imd Micon B.V., IMAG-DLO, DTO-werkdocument, april 1996.
  

Annex bij rapport Geïntegreerde Conversie: Resultaten Definitiestudie,
TNO Voeding, TNO-STB, Imd Micon B.V., IMAG-DLO, DTO-werkdocument, april 1996.
  



Novel protein food

In de menselijke behoefte aan eiwitten wordt grotendeels voorzien door vlees. Er zijn ook nieuwe eiwithoudende producten mogelijk, beter bekend onder de benaming novel protein food (NPF). Deze kunnen gemaakt worden op basis van allerlei plantaardige eiwitdragers en op basis van micro-organismen. Het grote voordeel van NPF is, dat de productie ervan met aanzienlijk minder grondstoffen en energie kan plaatsvinden dan de productie van vlees. Ook de uitstoot van ongewenste stoffen is aanzienlijk kleiner. Het is niet waarschijnlijk dat het stukje vlees van vandaag op morgen achterwege blijft, maar er zijn zeker kansen voor NPF in samengestelde producten.


Literatuur
Met betrekking tot 'Novel protein food' zijn onderstaande documenten verschenen binnen het DTO-programma, die u kunt bestellen of downloaden:
Een verkenning van noodzakelijke trendbreuken in de voedselvoorziening.
Basisdocument DTO, februari 1997.
  

Sleutel Voeden, Spectrum van een Duurzame Voedselvoorziening,
DTO, 1997.


Novel Protein Foods: milieu-analyse van de voortbrengingsketen,
N. van den Berg, G. Huppes, B. Krutwagen, B. van der Ven, 1998.
  
Evaluatie gebruikte methoden en behaalde resultaten,
Universiteit van Amsterdam, A. Loeber, 1997.
  
Novel Protein Foods in 2035 - anders eten in een duurzame toekomst,
DTO, mei 1996. Eindrapport.
Milieutechnische potentie van grondstoffen voor Novel protein Foods,
R. Janssens, A. Linneman, L. Sijtsma, 1996.
  
Ontwikkelingstraject Novel Protein Foods, rapportage C-fase,
A. de Haan, H. Hermans, O. de Kuijer, I. Larsen, H. Linsen, J. Quist, 1996.
  
Ontwikkelingstraject van Novel Protein Foods door bedrijven,
G.J. Boers, R. Koster, S. Reinhard, 1996.
  
R&D-programma's voor de ontwikkeling van Novel Protein Foods,
R. Janssens, A. Linneman, L. Sijtsma, 1996.
  
Proceseisen bij grootschalige produktie van NPF's,
R. Janssens, A. Linneman, M. Rabenberg, L. Sijtsma, 1996.
  
Sensorische aspecten van Novel Protein Foods, R. Janssens,
A. Linneman, M. Rabenberg, L. Sijtsma, 1996.
  
Stimulering NPF-ontwikkeling,
I. Jahae, M. van Leeuwen, K. de Vlieger, K. Wijnen, 1996.
  
Substitutiescenarios en modelontwikkelingen voor Novel Protein Foods,
T. van Gaasbeek, I. Jahae, J. van der Hoek, M. van Leeuwen, K. de Vlieger, K. Wijnen, 1996.
  
Toekomstbeelden voor Consumenten van Novel Protein Foods,
G. Fonk en A. Hamstra, 1996.
  
Voedingswaarde van Novel Protein Foods,
R. Janssens, A. Linneman, L. Sijtsma, 1996.
  
Belang en ontwikkelingen Nederlandse vleessectoren,
I. Jahae en K. Wijnen, 1995.
  
De betekenis van vlees en andere eiwitproducten voor consumenten,
A. Hamstra en P. Verhoeven, 1995.
  
De commerciële aantrekkelijkheid van Novel Protein Foods voor bedrijven,
R. Koster en S. Reinhard, 1995.
  
De inventarisatie en selectie van eiwitbronnen voor Novel Protein Foods,
R. Janssens, J. de Reu, L. Sijtsma, Z. Yang, 1995.
  
Een oriëntatie op de consumenten-aspecten van Novel Protein Foods,
P. de Bruin, 1995.
  
Kansrijke Novel Protein Foods als ingrediënten voor toekomstige eiwithoudende voedingsmiddelen - rapportage B-fase,
A. de Haan, H. Hermans, O. de Kuijer, I. Larsen. H. Linsen, J. Quist.
  
Millieu-analyse Novel Protein Foods,
N. van den Berg, G. Huppes, B. van der Ven, 1995.
  
Motieven en perspectieven voor het eten van Novel Protein Foods in plaats van vlees,
T. Baggerman en A. Hamstra, 1995.
  
Op weg naar een duurzame voeding in 2040,
DTO, september 1995. Brochure.
Productieprocessen en technologische onzekerheden van NPF-opties,
R. Janssens, J. de Reu, L. Sijtsma, 1995.
  
Technologische barrières voor Novel Protein Foods als ingrediënt, 1995,
R. Janssens, J. de Reu, L.Sijtsma, Z. Yang, 1995.
  
Novel Protein Foods,
A.D. Little, 1993.
  
Anders eten in een duurzame toekomst,
DTO. CD-ROM.



Sensortechnologie

Een duurzame voedselproductie hangt voor een belangrijk deel af van nauwkeurige instrumenten en interpretatiemodellen om groeiprocessen te monitoren en om de teeltomstandigheden optimaal te beïnvloeden. Aan nieuwe sensoren en geavanceerde meetsystemen is in alle vormen van agroproductie veel behoefte. Er liggen dus nieuwe kansen voor dergelijke apparatuur.


Literatuur
Met betrekking tot 'Sensortechnologie' zijn onderstaande documenten verschenen binnen het DTO-programma, die u kunt bestellen of downloaden:
Een verkenning van noodzakelijke trendbreuken in de voedselvoorziening.
Basisdocument DTO, februari 1997.
  

Sleutel Voeden, Spectrum van een Duurzame Voedselvoorziening,
DTO, 1997.


Sensoren voor een duurzame Voedselproductie,
DTO, 3T BV, ATO-DLO, IMAG-DLO en Vertis, eindrapport deel I, november 1997.
Sensoren voor een duurzame Voedselproductie,
DTO, 3T BV, ATO-DLO, IMAG-DLO en Vertis, eindrapport deel II, november 1997.



Consument, Voeding en Milieu

In dit project bestudeerden DTO en NRLO gezamenlijk de milieubelasting van voedingsmiddelen in het consumententraject. Dit traject loopt vanaf het moment van aankoop tot aan de afvalfase, inclusief alle handelingen die de consument met of naar aanleiding van het product verricht: transport, gekoeld bewaren, bereiden, afwassen, etc. De NRLO is inhoudelijk in het project geïnteresseerd. Het gaat DTO vooral om het leerproces en de verankering van de DTO-aanpak, waarmee in dit project een groep uit de voedingsmiddelenwereld wordt geconfronteerd. Zowel DTO als NRLO zoeken naar strategieën die kunnen helpen de milieubelasting van de consumentenfase op langere termijn drastisch terug te brengen.

Het project heeft laten zien dat een interactieve aanpak kan leiden tot iteratie. De stakeholders zagen in het eerste concept van de probleemoriëntatie onvoldoende basis om met dit onderwerp verder te gaan. Vandaar dat deze fase in het proces opnieuw is doorlopen, waarbij een aantal stakeholders een direct begeleidende rol kregen. Deze aanpak heeft geleid tot een daadwerkelijk betere probleemoriëntatie op grond waarvan ook een bredere groep stakeholders het probleem kon erkennen en een stap verder (naar de toekomstoriëntaties) konden en wilden zetten.

Een belangrijk resultaat van het project is dat verschillende stakeholders erkennen dat de milieubelasting in de consumentenfase dermate groot is dat deze aandacht verdient. Uit de in het project geschetste toekomstbeelden blijkt dat er nog een grote inspanning nodig is om duurzaamheidsdoelstellingen op lange termijn te halen. Er is nog weinig zicht op sociaal-culturele ontwikkelingen. In een vervolgonderzoek zouden juist deze ontwikkelingen in relatie met technologie in kaart moeten worden gebracht.

Literatuur
Consument, Voeding en Milieu - Eindrapport, Gaasbeek, A.F. van (LEI-DLO), M.J.G. Meeusen - van Onna (LEI-DLO), G. Wiersma (IVEM), K.J. Kamminga (IVEM), H.C. Moll (IVEM), December 2000. NRLO rapport 2000/9, DTO-KOV015



Nieuwe Veehouderijsystemen

Het programma Nieuwe Veehouderijsystemen levert een bijdrage aan systeeminnovatie in de veehouderij. Twee grote lijnen kwamen in de discussies met stakeholders nadrukkelijk naar voren. In de eerste plaats is dat de vraag of het omgaan met dieren gebaseerd moet zijn op 'beheersen' of 'ontlokken'. De tweede grote lijn bespant de ruimte tussen grondonafhankelijke dierlijke produktie en multifunctioneel grondgebruik. In het programma zijn wensbeelden samengesteld uit verschillende elementen die in interviews, workshops en discussies zijn aangedragen: 'combinatieland', 'belevingsdierhouderij', reguliere veehouderij' en 'biologische productie'. Deze beelden sluiten elkaar niet uit; ze bestaan naast elkaar. In de loop van het jaar worden de innovatiedoelen op lange termijn met verschillende groepen via backcasting vertaald in ideeën voor projecten. De onderzoekscapaciteit van het programma wordt dan via tendering beschikbaar gesteld aan de geselecteerde projecten.

Informatie
DLO-Instituut voor Dierhouderij en Gezondheid
tel. 0320 238 068
Dr.ir. S.F. Spoelstra
Internet: http://www.vsys.nl